Duitse wijn

Duitsland en wijn, dat roept al snel het beeld op van de literpakken Liebfraumilch die de schappen in supermarkten vullen. Een beeld dat bijgesteld moet worden. Onze oosterburen hebben namelijk zo veel meer te bieden als het om wijn gaat. Duitsland kent vele kwaliteitswijnen, waaronder veel droge soorten. En hoewel 63 procent van de totale productie uit witte wijnen bestaat, wordt ook de rode wijn uit Duitsland bijzonder gewaardeerd. Zo werden in Shakespeares Hamlet de Rijnwijnen gemoed, geproduceerd van Spätburgunder (Pinot Noir), die nog altijd de belangrijkste rode druif van de Duitsers is.

Geschiedenis Duitse wijn

Net als in zo veel Europese landen, waren het ook in Duitsland de Romeinen die de wijnstok er zo’n 2.00 jaar geleden introduceerden. Op de steile hellingen langs het Moezeldal en later langs de oevers van de Rijn werden de eerste wijngaarden aangelegd. Na de val van het Romeinse rijk hielden de kloosters de wijnbouw succesvol in stand, waardoor het land in de late Middeleeuwen 3 keer zo veel hectare wijnbouwgrond telde als tegenwoordig. Na de Dertigjarige Oorlog (1618 – 1648) ging het echter bergafwaarts met de Duitse wijnbouw. De wijnindustrie was volledig verwoest, een aantal oogsten was mislukt en de wijn had te maken met geduchte concurrentie van onder meer bier. Het wijngaardareaal kromp aanzienlijk, maar wist onder invloed van opnieuw kloosterlingen weer op te krabbelen. Dit mede onder invloed van buurland Frankrijk. In 1850 kreeg de Duitse wijnindustrie een tweede klap te verwerken. Dit keer was het de druifluis die samen met de schimmel meeldauw het merendeel van de wijngaarden verwoestte. Ook de Tweede Wereldoorlog was van invloed op de wijnproductie, die pas rond 1970 weer op gang kwam. Nieuwe inzichten in wijnbouw, vinificatie en de invoering van een classificatiesysteem leidden tot een hoger kwaliteitsniveau en een flinke toename in de export.

Druivenrassen Duitsland

Een relatief koel en mild klimaat, de ligging van wijngaarden op steile hellingen langs meren en rivieren én de bodemsamenstelling. Die drie aspecten zijn bepalend voor het karakter van Duitse wijnen die worden geproduceerd op iets meer dan 100.000 hectare wijnbouwgrond. De wijngaarden zijn verdeeld over dertien gebieden, die op twee na allemaal in het zuidwesten van Duitsland liggen: Ahr, Baden, Franken, Hessische Bergstrasse, Mittelrhein, Mosel-Saar-Ruwer, Nahe, Pfalz, Rheingau, Reinhessen en Württemberg. De andere twee regio’s, Saale-Unstrut en Sachsen, liggen in de voormalige DDR. De belangrijkste druivenrassen in Duitsland zijn de inheemse rassen, die zowel in de oorspronkelijke vorm als gekruist worden gebruikt. Bij de witte druivenrassen gaat het daarbij in eerste instantie om Riesling, Müller-Thürgau (ook bekend als Rivaner), en Silvaner. Ook Chardonnay en Muskateller (Muscat) en Weisburgunder (Pinot Blanc) worden aangeplant. Bij de blauwe rassen overheersen die soorten die het goed doen in relatief koele gebieden, zoals de Spätburgunder (Pinot Noir), de Dornfelder, Trollinger en de Blauer Portugieser.

Classificatie Duitse wijn

Wijnen met de classificatie Qualitätswein bestimmter Anbau-gebiet (QbA) (zoete, halfdroge en droge wijnen) moeten uit een van de bovenstaande wijngebieden komen en moeten aan tal van eisen voldoen. Zo mag er suiker aan de wijn worden toegevoegd, maar tot een bepaald maximum. Eisen die strenger zijn voor een Qualitätswein mit Prädikat (QmP) (de beste Duitse wijnen, gemaakt van volledig rijpe druiven), waaraan bijvoorbeeld geen suiker mag worden toegevoegd. De zoetheid van de wijn wordt in die gevallen bepaald door een vastgesteld minimum aan mostgewicht: Kabinett: licht en droog Spätlese: late oogst, geconcentreerder dan Kabinett, maar kan droog zijn Auslese: volrijpe druiven, vaak omschreven als ‘uitgezochte oogst’ Beerenauslese: speciaal geselecteerde overrijpe druiven, vaak aangetast door edele rotting Trockenbeerenauslese: druiven aangetast door edele rotting Eiswein: voor Eiswein worden de druiven in bevroren toestand geplukt en geperst Naast bovenstaande classificatie, kennen Duitse wijnen sinds 2002 ook de termen Classic en Seleccion. Deze termen geven in één oogopslag aan om welk type wijn het gaat: Classic: droge wijn uit één van de dertien wijnregio’s, gemaakt van één klassiek een streekeigen druivenras. Classic wijnen hebben een uitgekiende balans tussen restzoet en zuurgraad, bevatten minimaal twaalf procent alcohol en zijn van een bovengemiddelde kwaliteit. Seleccion: droog, net als de Classic, maar gemaakt onder strengere eisen en van een hogere kwaliteit. Ook de Seleccionwijnen worden gemaakt van één streekeigen en klassiek druivenras, waarvan de vruchten met de hand worden geplukt.

Naar boven