Wijn uit Chili

Chili is het meest ideale en toonaangevende wijnland van de Nieuwe Wereld. Het Zuid-Amerikaanse land kent ongeveer 109.000 hectare wijnbouwgrond. Eind jaren 70 en 80 van de 20e eeuw is de Chileense wijnbouw flink gemoderniseerd, mede door dalende consumptie in het eigen land. Nieuwe technologieën in combinatie met het uitermate geschikte klimaat levert fruitige kwaliteitswijnen op, die wereldwijd geroemd worden. Chileense wijnen worden vaak gemaakt van Franse druivenrassen, maar zijn over het algemeen soepeler, fruitiger en sappiger dan hun Europese soortgenoten.

 

Geschiedenis Chileense wijn

De eerste druivenstokken werden in de tweede helft van de 16e eeuw in Chili geïntroduceerd door de Spaanse conquistadores. Zij ontdekten al snel dat het Chileense klimaat bijzonder geschikt was voor de wijnbouw en importeerden diverse druivenrassen uit heel Europa. Toen Europese wijngaarden in de 19e eeuw werden getroffen door de druifluis (Daktulosphaira vitifoliae), bleek Chili het enige land ter wereld dat druifluisvrij was. Reden voor Europese - vooral Franse - wijnboeren om zich in het Zuid-Amerikaanse land te vestigen. Eind 20e eeuw is de wijnbouw in Chili sterk gemoderniseerd onder invloed van de eigen overheid en Franse en Amerikaanse wijnproducenten. Investeringen leidden tot kwaliteits- en exportgroei van Chileense wijnen. Tegenwoordig staat Chili, na Argentinië, op de tweede plaats van grootste wijnproducerende landen van Zuid-Amerika. Tegenwoordig is Chili, na Argentinië, het grootste wijnproducerende land van Zuid-Amerika.
 

Druivenrassen Chili

Ingeklemd tussen het Andesgebergte in het oosten en de kust in het westen liggen de meeste wijngaarden van Chili, aangelegd op rijke bodems van rivierdalen. In combinatie met het droge klimaat met veel zonlicht bij verkoeling door mist, wind en neerslag, vormen deze aspecten voor ideale condities voor wijnbouw.
 
De belangrijkste Chileense druivenrassen, die samen goed zijn voor meer dan 60 procent van de oogst, zijn Cabernet Sauvignon, Merlot, Chardonnay, Sémillon en Sauvignon Blanc. De meeste Chileense wijnen zijn zogenaamde varietalwijnen: wijnen gemaakt van slechts één druivensoort. De wijnen zijn in hoge mate geïnspireerd door Bordeauxwijnen, waarbij ook de herontdekte Carmenère graag wordt gebruikt. Dit druivenras werd in de 19e eeuw naar Chili gebracht vanuit Bordeaux, waar de druif flink werd getroffen door de druifluisepidemie. Het ras werd met uitsterven bedreigd, totdat in 1994 twee Franse wijnstokdeskundigen in Chili ontdekten dat veel daar aangeplante Merlot in werkelijkheid Carmenère was. De Chilenen vreesden een schandaal: decennialang was de druivensoort immers als Merlot verkocht, maar Carmenère werd al snel de favoriete druivensoort van het publiek en groeide uit tot het nationale druivenras van Chili. De geur en smaak van de druif heeft veel weg van Merlot, maar is donkerder en kruidiger en geeft meer koffie- en kruidenaroma’s, zoals goed te proeven is in de prachtig intense Casa José Carillo - Carmenère Reservado uit 2013
Naar boven